Carpale tunnel syndroom

In de pols liggen onder een ligament vele pezen. Zij verbinden de spieren met de botjes in de hand. Daardoor kan onze hand bewegen.

Onder de pezen in de pols ligt een belangrijke zenuw. Die wordt 'medianus' zenuw genoemd. Die verzorgt het gevoel in een groot deel van de hand. Ook bezenuwt die verschillende handspiertjes.

Het weefsel rondom de pezen in de carpale tunnel is verdikt bij patienten met het Carpale Tunnel Syndroom. Dit resulteert in verminderde beweeglijkheid van de Medianus Zenuw in de carpale tunnel. Bij vuist maken of buigen van de pols kan de zenuw niet zijwaarts bewegen als de spierpezen naar voor bewegen. Daardoor raakt de zenuw bekneld waardoor het carpale tunnel syndroom ontstaat of verergert.

Vaak ontstaat een beknelling van die zenuw in de pols. Dit geeft allerlei klachten. Dit is het carpale tunnel syndroom.

Typisch 's nachts ontstaan tintelingen in de duim, de wijsvinger en de middenvinger.

Doorheen de dag zullen uitgelokt door  sommige activiteiten tintelingen gevoeld worden, bij voorbeeld tijdens fietsen, veel wringen tijdens het poetsen, tijdens het auto rijden, ....

Als de tintelingen heftiger worden, ervaart men soms dat ze opklimmen in de voorarm, of zelfs tot de bovenarm.

Daarnaast kan er vermindering van de spierkracht ontstaan van kleine handspieren.

Niet zelden hebben patienten met het carpale tunnel syndroom moeite om de knopjes van een hemd / blouse dicht te doen, een pen of een blad papier vast te houden of zouden ze zelfs een kopje uit hun hand laten vallen.

Een EMG is een onderzoek om de ernst van het carpale tunnel syndroom in te schatten.
(Hier leest u wat een EMG is.)

PascalProot@gmail.com